Fokreglement
Inleiding
De rasstandaard is de leidraad bij uitstek voor de fokker. De fokkerij moet dan ook gebeuren volgens de vastgestelde normen voor het ras. De fokdieren moeten minstens voldoen aan een reeks basisvoorwaarden, vastgelegd in het basis fokreglement van de vereniging. Meer ambitieuze fokkers kunnen op vrijwillige basis strengere foknormen hanteren. Wanneer zij aan deze normen voldoen, bekomen zij de titel "Keurfokker".
Doelstelling
Het fokken moet verantwoord gebeuren, zodat van elke worp redelijker wijze verwacht mag worden, dat er een opbouwende lijn zichtbaar zal zijn met betrekking tot het rasbeeld. Het doel van de fokkerij is het fokken van Duitse Herdershonden die in hun verschijning, aard en karakter beantwoorden aan het rasbeeld dat beschreven wordt in de rasstandaard.
De hoofddoelen hierbij zijn: de rasverschijning (rastype, exterieur, anatomie), karakter en gezondheid. In geen geval mag het fokken ten koste gaan van een goed karakter, dan wel van het fysiek optimaal functioneren van de Duitse Herdershond.
Ook het welzijn van de fokdieren en pups mag men nooit uit het oog verliezen. Goede huisvesting, verzorging, voeding en veel aandacht voor de dieren zijn onontbeerlijk. Fokken vereist zorg en liefde.
Richtlijnen
Men fokt niet met reuen en teven voordat zij omstreeks twee jaar oud zijn en liefst op een aankeuring een keurklasse behaald hebben. Wil de fokker voldoen aan de strengste verenigingseisen en in aanmerking komen puppybemiddeling door de rasvereniging, dan gelden de volgende voorwaarden:
- De fokdieren beschikken over een goede lichamelijke conditie en gezondheid.
|
- Zij hebben het diploma Uithoudingsvermogen (U.V.). Hierbij is tijdens een looptest getoond dat longen en hart goed functioneren en dat de dieren lichamelijk fit zijn.
|
- De heupen zijn onderzocht op heupdysplasie. Hiertoe zijn de röntgenopnamen beoordeeld door officieel erkende onpartijdige instanties. Fokdieren moeten vrij of nagenoeg vrij zijn van heupdysplasie.
|
- De rasverschijning moet beoordeeld zijn door een bevoegd keurmeester voor Duitse Herdershonden. Op een tentoonstelling of clubmatch van de rasvereniging moeten de dieren bij voorkeur de kwalificatie "Uitmuntend" of "Zeer Goed" behaald hebben. Minimaal geldt als voorwaarde de kwalificatie "Goed".
|
- De karakters moeten betrouwbaar en onbevangen zijn. De dieren moeten bewezen hebben in aanleg geschikt te zijn tot het leveren van werkprestaties. Hierbij moet een Duitse Herdershond tonen voldoende belastbaar te zijn. De honden dienen te tonen dat zij gehoorzaam en handelbaar zijn en beschikken over voldoende speurdrift. Deze werkprestaties moet bewezen worden via een aantal werkproeven met schotproef (africhtingexamens).
|
- Het slagen voor de opleiding B.H. (Begeleidingshond of Verkeerszekere Hond).
|
- Het slagen voor een africhtingcertificaat (SchH of I.W.R.).
|
- Goedgekeurd zijn op een aankeuring op fokwaarde van de rasvereniging.
Bron:VVDH
naar boven
|
|
|