Rasstandaard

Karakter:

Volgens de rasstandaard moet de Duitse Herdershond in zijn karakterbeeld evenwichtig, zenuwvast, zelfverzekerd, absoluut onbevangen en goedaardig zijn. Daarom moet hij zich gedragen als een betrouwbare, zelfbewuste en zelfverzekerde hond.

Zijn dienstbaarheid uit zich in veel werkdrift. Angst, schuwheid, agressie en een lage prikkeldrempel evenals een overdreven dominante aard zijn volstrekt uit den boze. De Duitse Herdershond moet een handelbare hond zijn.

Schofthoogte:

Reu : 60 - 65 cm
Teef: 55 - 60 cm

Gewicht:

Reu: 30 - 40 kg
Teef: 22 – 32 kg

Kleur:

Zwart met roodbruine, bruine, gele tot helgrauwe aftekening. Eenkleurig zwart en grauw, bij grauw donker gewolkt. Zwart zadel en masker. Onopvallende, kleine witte borstvlekken evenals zeer lichte binnenzijden zijn toegelaten maar niet gewenst. De kleur wit is niet toegelaten. 

De neus: moet zwart zijn

De ogen:

Zijn middelgroot, amandelvormig, iets schuinsliggend en niet uitpuilend. De kleur van de ogen moet zo donker mogelijk zijn. Lichte, priemende ogen zijn niet gewenst, aangezien ze de uitdrukking van de hond benadelen.

De oren:

De duitse herder heeft staande oren van middelmatige grootte, die rechtop en gelijkgericht gedragen worden

Het gebit:

Moet krachtig, gezond en volledig zijn (42 tanden volgens de tandformule). De Duitse herdershond heeft een schaargebit, dat wil zeggen de snijtanden moeten als een schaar in elkaar grijpen, waarbij de snijtanden van de bovenkaak als een schaar over die van de onderkaak snijden.

Bron:VVDH

 

naar boven